31 januari 2026

Knoerdharde wind en een snotneus

 



Damian landde voor een hakselmachine en de machinist postte er een filmpje van dat meteen op het nieuws te zien was


met Tracey en Andy

met Amber

met Ren

Damian was vol verwachting over Winton maar het woei heel hard en ik had inmiddels een ernstig snothoofd. Maar ik besloot dat ik me nog net niet ziek zou hebben gemeld op m'n werk, dus dan kon ik ook nog wel even vliegen. Ik schoot na m'n start omhoog, maakte een paar slagen, overwoog om maar niet in de termiek in te draaien omdat ik dan waarschijnlijk ergens ver achter de berg zou eindigen, en toen ik een van de vogels terug zag komen besloot ik dat het welletjes was. Vanaf boven starthoogte stak ik naar het landingsterrein, maar ik penetreerde nauwelijks en even was ik bang dat ik het niet zou halen en dan in de slechtst mogelijke positie zou neerkomen. Vanaf honderdvijftig meter leek het of ik vrijwel verticaal naar beneden kwam, maar uiteindelijk zat er nog net genoeg voorwaardse beweging in dat ik op de rand van het veld, op m'n wielen, hard neerkwam.
De anderen hadden nog veel hardere wind, pittige turbulentie, en haalden het veld met hun intermediate vleugels ook maar met moeite. Andy niet, die kwam met z'n Falcon vlak vóór het hek neer en wist me vervolgens te vertellen dat ik voor de bombout had moeten kiezen!
Andy was voor de derde keer door een wedgetail eagle te grazen genomen, deze keer met twee klauwen vlakbij de neus. Hij beweert dat hij er niks van merkte bij het vliegen maar dat lijkt me een poging om het stoicijns te benaderen. Niemand begrijpt waarom de vogels het nou juist op hem gemunt hebben maar het is wel een geluk dat er maar één nieuw doek nodig is in plaats van drie.

Waarom vlieg ik nog? Het was absoluut fantastisch om boven de wereld te stijgen, het gevoel van kracht en vrijheid en los van de aarde zijn. En ik vond het heerlijk om mezelf uit te dagen, tot m'n fysieke grenzen te gaan en verder en te ervaren dat ik tot heel veel meer in staat was dan het zwakke meisje dat ik was kon voorzien. Niks zo heerlijk als vijf uur in de lucht om tientallen kilometers af te leggen. Het bereiken van goal was m'n ultieme doel, daar leefde ik echt voor.
Dat is allemaal voorbij en ik merk dat ik nog maar beperkt voldoening haal uit het vliegen zelf. Ik durf niet meer overland en ik ben ook minder sterk en fit. Toch zou ik er voor geen goud mee willen ophouden. De redenen zijn sociaal, en starten. Er is geen grotere kick dan van een berg afhollen, de vrijheid in, de ruimte.
Het sociale aspect is minstens zo belangrijk en ik zie nu dat het voor mij altijd van groot belang is geweest. De stam van zeilvliegers met onze verschillende clans en vrienden. Niks zo leuk als samen vliegen, wedstrijden waarin de sporters elkaar maximaal helpen omdat je niet wil winnen door de slechte prestaties van een ander maar door je eigen topprestatie. Samen op vakantie, huis en auto delen, met elkaar vleugels op de auto leggen en starthulp geven als het hard waait.
Ik merk het nu ik een week lang met mensen in een huis en in de auto zit waar ik niks anders mee deel. We hebben elkaar niks te vertellen, het is dan ook uren stil voordat we naar een stek rijden en onderweg staat er een luisterboek op. Maar eenmaal op de start zijn we piloten met elkaar en geven we elkaar hangchecks en delen we achteraf ontzetting over een gat in een doek, over de beroerde wind of een gebogen upright. We geven elkaar tips over paraffine in ritsen en het bijbuigen van de latten. We roddelen over wederzijdse bekenden, pochen over de keren dat we met kampioenen vlogen en bespreken mentale beperkingen. Waarderen dat iemand een uitstekende piloot is of een enthousiaste beginner.
Daarom is facebook zo belangrijk voor mij, omdat al die mensen die ik in de loop van m'n leven op een landingsveld heb ontmoet daar hun vliegavonturen posten, hun foto's en filmpjes en tracklogs. De meesten zal ik nooit meer in het echt zien, of pas na twintig jaar weer eens. Maar we delen allemaal enthousiast Jeremy Spopers record out-and-return van 377 km in Kenya en Tao's schitterende filmpje van z'n Franse record.

30 januari 2026

Single Hill




Dingen die ik geweldig vind in Australië: overal nette openbare toiletten met drinkwater en spiegels. Je moet gewoon opkijken om er eentje te vinden, zelfs onder de straatbordjes staat soms een richtingwijzer naar de wc. Individueel betalen in restaurants. Vaak vooraf, direct als je bestelt, dus je hoeft na afloop nergens op te wachten. De vogelgeluiden en een echidna in de tuin, of een wallaby. De joviale behulpzaamheid van mensen. Op-shops, meestal met veel leukere kleren dan nieuw en ook vol boeken voor een dollar. Kookvoorzieningen, koelkasten, magnetrons, borden en bestek op elke camping. Overal vogels. De zon.
Helaas zijn de wedgies erg talrijk en erg agressief dit jaar; Andy heeft er weer een scheur in z'n doek bij. Ik heb de vogels niet eens gezien maar vloog toch maar tien minuten. Start op Single Hill zuidwest was prima en ik ging ook goed omhoog, ver genoeg naar het noorden om even om de hoek te kijken of Seven Mile Beach bereikbaar was. Dat was zo maar het leek me toch tricky om in de lij van de heuvel te gaan vliegen. Maar het strand de andere kant op was niet te zien vanaf de heuvel en ik vond het lastig inschatten hoe hoog of laag ik er aan zou komen. Ik wist dat het geen donder uit zou maken of ik kort of lang zou vliegen maar de spanning over de landing was me teveel, dus ik vloog rechtstreeks naar het strand. Veel en veel te hoog natuurlijk, maar het was zo ver dat terugvliegen geen optie meer was. Gelukkig waren er weinig mensen want het was fris, en met een mooie driezestig boven zee en wat s-jes landde ik keurig in de buurt van de parkeerplaats. De opgang was breed genoeg om de vleugel daarheen te dragen en op het gras af te bouwen, en Tracey, Angela en Damian kwamen al meteen aangereden. Ik was bijna klaar met inpakken toen Andy landde en zo waren we ruim op tijd in Hobart. Daar wandelden we wat door Salamanca, het toeristische wijkje aan een haven waar ook een deel van de universiteit in een verbouwd werfgebouw zit. Hobart is een aardig stadje, tijdens de avondspits is het verkeer zo rustig als in een provinciestadje en het is er flink groen. Met veel Europese bomen en planten overigens, die het goed doen hier maar ik weet niet wat de gevolgen voor de inheemse natuur zijn geweest.
We aten met de voltallige hangglidersclub, op eentje na, in een leuk restaurant met wallaby op het menu maar ook een vegetarische curry. Iemand die ik nog van vijftien jaar geleden ken, Boris, kwam voor de gelegenheid ook al vliegt hij bijna niet meer. Hij heeft een landingsongeluk gehad gevolgd door een paniekaanval tijdens z'n eerstvolgende landing, maar hij wordt nog altijd beschouwd als de senior piloot hier. Ik praatte wat door met Amber, een bijzonder leuke Taiwanese die hier als onderzoeker bij een beleidsconsultancy werkt en die minstens zo gepassioneerd is over vliegen als ik destijds. Ik heb de hele groep uitgenodigd om naar Europa te komen. Het lastigste wordt om vleugels te regelen en goeie reisverzekeringen.




29 januari 2026

Voorzichtig


Eergisteren stonden we op de zuidweststart van Single Hill, een grote bolle grastop met een forse lap astroturf. Ideaal, zelfs om te toplanden, maar ik durfde niet. Je moest ofwel de hoek om en dan op Sevenmilebeach landen waar onze windzak stond. Maar daar was het behoorlijk druk en het tij was hoog dus er was maar een heel smal strookje strand. Ofwel je moest blind naar het westen vliegen omdat op Google Earth te zien was dat daar ook strand zou zijn om te landen. Terwijl we stonden te dubben nam de wind af, de kans op uitzakken was groot. Mij niet gezien.
Gisteren togen we naar Little Green Hill, het mooiste uitzicht tot nu toe. Ik hou van de droge glooiende heuvels met overal struiken en bosjes en hier en daar een plas of een paar rotsblokken. Er was geen zon waardoor het licht veel zachter werd. Het was een flinke four wheel drive tocht naar boven, vier hekken, prima start. Hoog, voor iets dat little heet. En het waaide knoerdhard. Alweer durfde ik niet, ik zou met de oude Fun mogelijk niet vooruit komen en dan dus boven en achter de heuvel terecht komen. Andy zag het ook niet zitten en we togen naar Tunbridge om het daar te gaan bekijken. Het toegangshek was echter afgesloten en het landingsterrein lag kennelijk ergens anders, dus in plaats daarvan bekeken we een dorpje met een windmolen en het oudste kerkje van Australie geloof ik, 1821. Ik kom hier niet echt voor de historische bezienswaardigheden. Zelfs de gewone huizen aan de kusten vind ik leuker dan zo'n kerk. Er was een grote plas met moerasgras waar de koeien van hielden en heel veel agressieve zwarte zwanen. Omdat ik steeds meer verkouden werd gingen we niet meer terug naar Little Green Hill.

27 januari 2026

Kustvluchtjes

 




Vroeger sleepten we kilo's aan batterijen mee en elk campingblok lag vol ladende radio's. Normale mensen hadden zulke problemen niet maar tegenwoordig is het vechten om het laatste stopcontact. En nu ik alleen even wifi heb als we Angela en Damian ophalen merk ik hoe afhankelijk ik er van ben. Bloggen kan niet op m'n telefoon en ik ben zuinig met m'n data want zonder navigatie en Whatsapp (ze kennen hier geen Signal) ben ik hopeloos verloren. En zonder vliegselfies op facebook is er geen lol aan.
We reden gisteren eerst Mount Wellington op om de startplek daar te bekijken. Gekkigheid. Je moet parkeren op een drukke weg, over de vangrail stappen, steil naar beneden over een cascade van rotsblokken en dan kom je na een lastig pad bij een groot smal rotsblok dat niet eens precies in de windrichting uitsteekt dus je moet er vanaf krabben. Je kan geen landingsoptie zien, alleen Hobart, een grote stad waarmee de hele baai is volgebouwd. Toen Mark in de stad werkte reed hij tijdens de lunchpauze met een collega naar boven, vloog en uurtje, en ging weer terug naar z'n werk. Wat een gekte!
Daarna scheurden we naar Winton waar op Boris na de voltallige hangglidinggemeenschap van Tassie op ons stond te wachten. Boris had ik 's ochtends op de speaker gesproken zodat mijn gezelschap kon horen dat ik ooit een goeie wedstrijdpiloot was...
Winton is een vijf kilometer lange riggel, zo'n tweehonderd meter hoog. Het woei keihard en dat is daar wel nodig om hoogte te winnen, maar hier en daar zat ook nog een beetje termiek. Dat maakte het wel wat hobbelig en ik kwam maar net boven start uit. Bovendien hadden we eerder gezien hoe vijf vogels Andy aanvielen en een flink gat in z'n doek trokken. En het betere landingsterrein was best ver weg, tegen die hard wind in. Al met al maakte het dat ik veel te veel op de landing focuste waar ik dan ook na minder dan twintig minuten weer op de grond stond. Lag, eigenlijk, want ik kwam onvoldoende snel door de windgradiënt naar beneden.
De anderen volgden toen ik bijna was ingepakt, met Mark als laatste die met z'n T2C tegen de wolken aangeplakt hing. Uit solidariteit bleven we wachten tot we stonden te rillen van de kou en uiteindelijk wilde niemand met ons mee naar KFC, volkomen terecht natuurlijk maar het was het enige waar je zo laat nog kon eten. Dat is ook Australië: de keukens van de horeca sluiten voor acht uur.

Dinsdag
Keelpijn. Mijn standaard vakantiekwaal en het wordt geheid hoesten en snotteren en op enig moment niet meer kunnen vliegen. Gisteren ging het wel nog, op Eagle Hawk Neck op het schiereiland, een schitterende kustplek. De start ligt op zo'n drie, vierhonderd meter en het strand was leeg. Beneden was een parapenteschool bezig maar Mark had ze gevraagd om hun schermen niet op te zetten op het strand zolang wij nog vlogen, en dat deden ze ook niet. Ik startte erg vroeg omdat de wind flink zou toenemen en dan zou ik geen penetratie meer hebben, maar daardoor zakte ik er al gauw uit. Ik durfde ook niet goed in te draaien omdat het toch wel beweeglijk was en de termiek nogal ongelijkmatig. Wel had ik tijd om een paar kiekjes te maken en m'n landing was ook helemaal geweldig. Een stuk de zee op vliegen, een paar driezestigers boven water en dan met een keurig circuit op m'n voeten precies voor de opgang naar de parkeerplaats, een meter voor het water. Dat was maar goed ook want ik had m'n 6030 en m'n telefoon in de pod, die wil ik niet nat hebben.
Vanwege Australia Day betaalden we 15% extra voor ons eten, gelukkig een heerlijke salade en met een steeds vertrouwder gezelschap. We zitten dan ook de hele dag op elkaar gepakt in de auto. Angela als bijzonder consciëntieuze gids, Damian als wind- en siteguru, Tracey als algemene facilitator en Andy als senior piloot. Ik ben de vervanging van Phil, die op het laatste moment afzegde.

25 januari 2026

Tasmanië

In de verte Mt Wellington

Single Hill

Seven Mile Beach

De slaapstoel op de veerboot was ruimer en luxer dan in een vliegtuig maar desondanks kon ik niet slapen, dus toen we na aankomst meteen op een leuke plek gingen vliegen sloeg ik over. Andy en Amber vlogen wel en het was duidelijk perfect. Een vrijstaande bolle heuvel (Single Hill) van pak 'm beet driehonderd meter, en in de diepte een eindeloos strand om op te landen (Seven Mile Beach), en stevige wind precies recht erop. In de achtergrond landen passagiersvliegtuigen dus er zijn strikte regels over radiocontact en maximum hoogtes. Shredder (Damian) heeft op de start in Corryong z'n schouder bezeerd dus hij kan zelf niet vliegen, dus hij functioneerde als relais officer. Ideaal, er is maar één VHF-radio nodig en de vliegers kunnen gewoon tweemeterradio's gebruiken.

Na al die uren rijden en varen en proberen om Angela en Damian te verstaan (misschien is het geen kwestie van taal maar van onderwerpen waar ik moeite mee heb, volgens mij gaat het over bouwprojecten ofzo) heb ik nu eindelijk een nacht heel redelijk geslapen, heet gedoucht en m'n boeterhammetjes gesmeerd. We mogen het huis van Angela's moeder gebruiken. Ik zit te typen met uitzicht op een enorme baai waar het wemelt van de haaien. Talloze soorten ook begrijp ik, maar de meesten hebben tanden dus ik ga me er niet aan wagen. In de struik voor het raam zit een vogel met een mooie felgele tekening en behalve vogels en wind en zee hoor ik niks. Het is fris als Nederland in mei. Morgen wordt het 32 graden, overmorgen is regen voorspeld. De zuidelijke kusten van Australië en ook Tasmanië hebben weer dat erg aan Nederland doet denken, alleen gemiddeld warmer en nog veel veranderlijker. Wat ik tot nu toe van Tasmanië gezien heb, niet veel want ik heb vooral geslapen, is het Australië op z'n mooist, heuvelachtiger dan NSW en meer begroeid. Het eiland is een derde groter dan Nederland en er wonen zo'n 170.000 mensen. Het lijkt op geen enkele manier op Lanzarote, behalve dan dat de economie draait op toerisme en dan vooral van het outdoorsy type. Er zijn zeven hanggliderpiloten en ongeveer honderd parapenters. 

22 januari 2026

Melbourne

Peter voor z'n fietsreparatiewinkel

bonuskaarten van vaste klanten op alfabet

Locksley vliegveld is gigantisch

Het was pittig om in één ruk naar Melbourne te rijden maar de moeite waard. Ik logeer bij Peter Holloway en z'n vrouw Sandy, die de meest schitterende quilts naait. Vanmorgen pakte ik trein en tram naar Brunswick met de bedoeling om een koffietje met Neil te doen en dan de stad te gaan verkennen, maar het werd een halve dag praten en wandelen en nog meer praten en lunch en praten en niet eens over vliegen, tenminste best weinig over vliegen.
Morgen is nog een reisdag, spullen sorteren voor Tasmanië en dan naar Tushar om m'n auto veilig te parkeren.

20 januari 2026

Vaarwel Forbes

foto Kathleen

foto Zupi

En dat was het dan weer. En deze keer echt de allerlaatste keer denk ik. Hoe fijn het ook was om hier te zijn en om in de sfeer van een Forbeswedstrijd te delen, het is wel erg ver en duur om hier alleen naartoe te komen als winddummy. Maar nu ik er was heb ik genoten.
Elke dag moest ik tien minuten voor de early birds starten en die weer tien minuten voor het window open ging, dus tien voor twaalf hing ik weer achter Steve. Het was heel erg zwaar deze keer en ik releaste toen ik de controle weer dreigde te verliezen. In een heel redelijke bel zowaar, ondanks de grijze lucht. Eenmaal op duizend meter wilde ik weer fotoos maken en ik verloor m'n concentratie en de bel, dus ik moest landen. Wind uit alle richtingen, tugs alle kanten op, het was misschien niet echt gepland maar ik stond echt middenop het veld. Bill Moyes International Airport haha, als je moet lopen is het inderdaad een vliegveld. Ik flarede veel te vroeg en schoot drie meter de lucht in, m'n slechtste landing van de week. Minuten nadat ik de vleugel ook nog eens gered had van een dustdevil arriveerde Brett, die de Sting gekocht heeft.
De wedstrijdtaak bleek ondertussen veel te ambitieus met een driehoek van 180 km. Na twee uur stond iedereen aan de grond, behalve Ivo, een jonge Nederlander die met de sportsclass meedoet. Jonny werd derde, Attila tweede, Rory wint. Micha scoort niet omdat hij Rus is, maar mogelijk was hij zevende of achtste. Na eten en bedankjes en prijsuitreiking en kletsen heb ik echt iedereen omhelsd want veel van de piloten zal ik nooit meer zien.